Wereld Douane Forum 2007: De hele wereld wordt AEO

 

Maco Douane Nieuwsbrief 21 februari 2008 

Eén van de voordelen van de AEO-status is, dat op termijn de status niet alleen in de EU erkend wordt, maar ook elders in de wereld. Omgekeerd zullen de douane-veiligheidsstatussen van andere landen ook hier erkend worden. Zo kan ook van minder controles en soepelere douaneregelingen elders in de wereld geprofiteerd worden. Hoe dit mogelijk gemaakt moet worden was hèt onderwerp van het World Customs Forum, dat op 11 en 12 december jl. georganiseerd werd in Brussel door de Wereld Douane Organisatie.  Maco was erbij en doet verslag.

Wereld Customs Organisation

De Wereld Douane Organisatie (WDO) is de enige internationale organisatie met een 100% focus op douaneaangelegenheden. 171 landen zijn lid van de WDO. Deze landen vertegenwoordigen gezamenlijk 99% van de wereldhandel. De WDO kan dus gezien worden als de stem van de mondiale douanegemeenschap.

Wereld Douane OrganisatieDe WDO streeft naar simplificatie en harmonisatie van douaneprocedures over de hele wereld. Zo heeft de WDO het wereldwijd gebruikte Geharmoniseerde Systeem voor goederen ontwikkeld, waarmee goederen ingedeeld worden in codes (de zgn. GS-codes).

Verschillende initiatieven

Sinds de aanslagen van 9/11, is veiligheid een belangrijk onderwerp geworden bij internationale handel. Douanes zijn de enige overheidsorganen die goederenstromen controleren en reguleren. De taak van het beveiligen van goederenstromen ligt dan vanzelfsprekend ook bij die douanes. Gelukkig realiseren overheden zich, dat dit niet ten koste mag gaan van de internationale handel. Er zijn dan ook wereldwijd initiatieven ontstaan om de internationale goederenstromen te beveiligen en tegelijkertijd soepeler te laten verlopen. In de EU is dit onder andere in de vorm van de Authorised Economic Operator (AEO) certificering, de VS kennen C-TPAT (Customs and Trade Partnership Against Terrorism), Nieuw Zeeland heeft het Secure Export Scheme (SES) en Singapore het Secure Trade Partnership (STP).

Wereld Douane Conferentie

Internationale handel zou internationale handel niet zijn als het niet over grenzen zou gaan. Dergelijke veiligheidsprogramma's kunnen dan ook alleen echt optimaal functioneren als er een wederzijdse erkenning van de programma's is, of er een wereldwijde standaard bestaat. Deze twee zaken waren het onderwerp van gesprek tijdens het World Customs Forum 2007.

Handelsfacilitatie en 100% containerscan

Allereerst werd er stilgestaan bij het Amerikaanse C-TPAT. C-TPAT bestaat sinds 2001 en was de eerste douane- veiligheidscertificering. C-TPAT was een vrij uniek concept, omdat het een samenwerking tussen de douane en het bedrijfsleven is. Het idee was dat het bedrijfsleven (importeurs) zichzelf ging controleren, om zo de douane en zichzelf te ontlasten en tegelijkertijd de goederenstromen (beter) te beveiligen.

Michael Mullen van de Amerikaanse douane vindt, na vijf jaar ervaring, dat het programma een succes is. Inmiddels nemen meer dan 7800 bedrijven deel aan het programma, die zo'n 50% van de Amerikaanse import vertegenwoordigen. Volgens Mullen is het aantal douanecontroles voor  "C-TPAT-ers" nog maar een zesde van het aantal van voor het behalen van de status. Bedrijven en overheden zijn dan ook over het algemeen tevreden met het programma.

Mullen had het echter zwaar te verduren tijdens de conferentie. Al in het openingsspeech van Michel Danet, secretaris generaal van de WDO, kregen de VS de wind van voren over de "9/11 Commision Act 2007". Deze wetgeving die door de Senaat is aangenomen, zegt namelijk dat vanaf 2012 ALLE containers met bestemming VS gescanned moeten worden. Dergelijke wetgeving staat natuurlijk haaks op de doelstellingen van C-TPAT, de WDO, het bedrijfsleven en andere douanes, die streven naar wederzijdse erkenning. Mullen zelf, die de Amerikaanse douane vertegenwoordigde, was ook niet erg te spreken over de 100% containerscan. Hij geeft tijdens zijn toespraak aan, dat het vooralsnog vrijwel onmogelijk zal zijn dit uit te voeren. Het gaat daarbij om hele praktische zaken, zoals het niet voldoende voorhanden zijn van apparatuur en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Heel frappant was zijn opmerking, dat; als het al zou lukken om alle containers met bestemming VS te scannen, wat er dan gedaan moest met de informatie die dan verworven was!!!

Concrete voordelen

Ook de Europese AEO werd uitvoerig besproken. AEO is natuurlijk nog heel nieuw en er is eigenlijk weinig tot geen ervaring mee. Door zowel bedrijven als overheden werd benadrukt, dat het erg belangrijk is, dat er voldoende concrete voordelen moeten zijn voor het bedrijfsleven, om het AEO-concept te laten slagen. Het bedrijfsleven vindt de voordelen over het algemeen te vaag. Dit maakt het maken van een kosten-baten analyse moeilijk en zo is het voor douane-verantwoordelijken, die het nut van AEO wel inzien, moeilijk om AEO aan het (financieel) management van hun onderneming te verkopen.

Ook werd benadrukt, dat er meer rekening gehouden moest worden met het MKB. Het MKB voelt zich min of meer verplicht de AEO-status aan te vragen, om naar behoren te kunnen concurreren, maar is bang voor grote kosten die daarbij gemoeid kunnen zijn. Er werd dan ook door verschillende organisaties en bedrijven benadrukt, dat het MKB een eigen plek moet krijgen bij een dergelijke certificering, met op maat gemaakte voordelen en vereisten.

Logistieke dienstverleners hebben hetzelfde gevoel geuit. Zij voelen zich nog meer verplicht om de status aan te vragen, om een hoog service niveau te kunnen handhaven. Volgens de dienstverleners zijn de voordelen echter teveel op im- en exporteurs gericht en te weinig op de dienstverleners.         

Mutual recognition

Een ander belangrijk punt was, mutual recognition, oftewel: wederzijdse erkenning. Zoals gezegd, gaat internationale handel over grenzen. Bedrijven die daaraan deelnemen hebben nu al te maken met veel verschillende wet- en regelgeving. Als dan ook nog elk land zijn eigen douane-veiligheidscertificering kent, zou dit kunnen betekenen dat bedrijven niet alleen AEO moeten zijn, maar ook C-TPAT, of nog meer varianten. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor het soepel en gemakkelijk verlopen van de handel. Het zou dan wel zo handig zijn, als een bedrijf dat al AEO is, ook meteen C-TPAT is, of omgekeerd.

Dat is een grote uitdaging. Elk land vindt natuurlijk, dat het eigen programma het beste is, dat anderen slechter zijn en maar moeten voldoen aan hun eisen (de VS vinden dit natuurlijk het meest). Toch werken de EU en de VS al enige tijd samen in het Joint Customs Cooperation Committee (JCCC), aan wederzijdse erkenning. Er zijn al grote stappen gemaakt, maar er blijven nog altijd moeilijke punten. De Amerikaanse douane is veel meer gericht op veiligheid dan fiscaliteit en voor de EU is dit (vooralsnog) precies andersom. Ook zijn de Amerikanen, en dus ook C-TPAT, bijna alleen maar gericht op importeurs en niet op exporteurs, terwijl zij juist veel eisen stellen aan de Europese exporteurs. Dit vormt het grootste struikelblok.

De wereld bestaat echter niet alleen uit de EU en de VS en ook andere landen zijn bezig met veiligheidsprogramma's. Om een grote wirwar aan certificeringen te voorkomen heeft de WDO het "SAFE Framework of Standards to Secure and Facilitate Trade" ontwikkeld. Dit Framework kent minimale vereisten voor douane-veiligheidsprogramma's zodat de programma's van alle deelnemers aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Inmiddels hebben 148 landen toegezegd de standaard te accepteren en implementeren (lijst met deelnemende landen).  Sommige landen zijn al heel ver hiermee, of lopen zelfs vooruit. Andere landen zijn nog in een beginnende fase, of lijkt het programma nog verre toekomst, omdat hier eerst andere issues opgelost moeten worden (bijvoorbeeld drugssmokkel in Mexico, of corruptie in oost Afrika).    

Conclusie

De grote conclusie van het World Customs Forum 2007 is, dat de AEO-certificering wereldwijd een feit is. Vrijwel elk land is ermee bezig. Het lijkt de beste methode om een balans te vinden tussen betere beveiliging en een soepele internationale handel. Zowel bedrijven, als douanes zijn dan ook bereid om mee te werken aan dergelijke certificeringen.

Om de certificeringen een succes te laten worden, is het belangrijk dat er voldoende concrete voordelen bestaan voor alle soorten bedrijven. Een andere belangrijke succesfactor is wederzijdse erkenning. Als hiermee voldoende rekening wordt gehouden, levert AEO voor alle partijen (behalve terroristen) verbetering op.      

Voor meer informatie over AEO-certificering kunt u hier klikken.   

Maco helpt Afrika

Maco ondersteunt de 'Stichting Kinderhulp Burkina Faso'. Zo krijgen de kinderen in dit land een kans op een betere toekomst.

Lees verder

Andere taken van de douane naast belastingheffing

De douane is er niet alleen om belasting te heffen. De douane ziet ook toe op allerlei van niet fiscale wetgeving.

Lees verder

Contact

Neem vrijblijvend contact op met Maco en stel uw vraag. Mail naar vragen@maco.nl of bel 0475-425800.

Lees verder

Maco kan al uw douane-aangiftes over de gehele Noordzee verzorgen vanuit Duitsland, Nederland en Antwerpen.
Lees meer

Maco is open en neutraal, levert een snelle service en zorgt samen met u voor de slimste en best passende douane oplossingen!


Maco Netherlands B.V. | Schepersweg 4B 6049 CV | Roermond | Tel: +31 (0)475-425800 | vragen@maco.nl

Copyright 2007-2010 Maco Customs Service

Home

|

Contact

|

Nieuwsbrief

|

Forum

|

Encyclopedie


website by PANGAEA Internet Marketing