Douane Nieuwsbrief
Kijk in de Douane Nieuwsbrief voor actuele ontwikkelingen in de douanerie.
Voorzichtig met oorsprongeregels
Oorsprongsregels worden vaak onzorgvuldig toegepast, waardoor financiële risico's ontstaan. Maco informeert u en kan u helpen bij de juiste toepassing van de wetgeving.
Invoerrechten
De hoogte van de invoerrechten op een goed dat de EU wordt ingevoerd zijn afhankelijk van:
- De douanewaarde van het goed
- Het soort goed
- het land van oorsprong van het goed
Douanewaarde
De douanewaarde van een product dat wordt ingevoerd wordt bepaald aan de hand van een aantal factoren die genoemd staan in hoofdstuk 3 art. 28 t/m 36 van het CDW. Het uitgangspunt wordt gevormd door de verkoopprijs. Maar die verkoopprijs moet wel gecorrigeerd worden waarbij de volgende zaken van belang kunnen zijn:
- Transportkosten. Of een goed af fabriek of franco huis wordt verkocht maakt nogal wat uit. Daarom moet er op de verkoopprijs een correctie plaatsvinden van de transportkosten. Als goederen bij voorbeeld af fabriek in Japan verkocht worden, dan moeten de transportkosten van Japan tot de Europese buitengrens er bij geteld worden. Op deze wijze maakt het ook niet uit via welke transportweg de goederen de EU binnen komen, waardoor concurrentie tussen (lucht)havens in de EU op dit gebied niet mogelijk is. Bij luchtvracht ligt zelfs heel nauwkeurig vast welk deel van de luchtvracht bij de douanewaarde meegenomen moet worden.
- Verzekeringskosten. Net als bij de Transportkosten moeten ook de eventuele verzekeringskosten van het transport toebedeeld worden aan het gedeelte van het transporttraject dat buiten en binnen de EU ligt.
- Royalties, verkoopcommissies e.d. Indien er naast de verkoopprijs nog aanvullend royalties of commissies worden betaald moeten deze eveneens bij de verkoopprijs worden toegevoegd.
- Verbondenheid tussen koper en verkoper. Als een goed verkocht wordt van de USA naar de EU, kan het zijn dat de beide ondernemingen die betrokken zijn bij de koop en verkoop, met elkaar verbonden zijn, omdat ze bijvoorbeeld tot dezelfde multinationale behoren. Dan kan dit de verkoopprijs beïnvloeden. Om hoge invoerrechten te vermijden kan de verkoopprijs juist extra laag worden vastgesteld. In de invoeraangifte moet de declarant dan ook aangeven of er verbondenheid is tussen koper en verkoper is. Afhankelijk van deze informatie kan de douane dit soort transacties strenger controleren op de juiste toepassing van de douanewaarde.
- enz.
Soort goederen
Alle denkbare goederen die er zijn, kunnen worden ingedeeld in het Geharmoniseerd Systeem. (kijk onder TARIC) Dit Geharmoniseerd Systeem wordt ook wel de goederennomenclatuur genoemd en in het Engels het Harmonised System (HS). Alle douane-expediteurs zijn vertrouwd met de goederennomenclatuur.
De eerste 4 cijfers van het Geharmoniseerde Systeem, zijn wereldwijd gelijk. Een groot aantal landen hebben ook de posities 5 en 6 op elkaar afgestemd. Om de goederen in het algemeen voor de bepaling van het tarief in te delen zijn er altijd 8 posities nodig. De overige posities zijn alleen in speciale gevallen nodig. Maximaal kan een goed tot 22 posities bepaald worden. Dit komt met name voor accijnsgoederen.
De regels voor het bepalen van de juiste goederencode staan onder andere vermeld in het handboek douane bij het onderwerp 'Indelingsregels'. Het bepalen van de juiste goederencode is enerzijds moeilijk, maar ook heel belangrijk. Immers als het goed verkeerd wordt ingedeeld kan het percentage invoerrechten onjuist worden vastgesteld. Om er zeker van te zijn dat er geen onenigheid met de douane ontstaat over de juiste indeling, kan een ‘Bindende Tariefinlichting' (BTI) worden aangevraagd. De douane bepaalt dan wat de goederenindeling is en kan hier in principe niet van afwijken. Een BTI is 3 jaar geldig.
Declaranten zijn vertrouwd met het indelen van goederen in de goederennomenclatuur. Toch blijft het een lastige klus, omdat de declarant zich vaak moet baseren op de informatie op de factuur. Om zeker te zijn dat de juiste goederencode wordt gebruikt, is het daarom verstandig deze op de factuur te vermelden. In gevallen dat een declarant twijfelt, zal hij met de opdrachtgever contact opnemen om in overleg de goederencode vast te stellen. Om latere discussies te voorkomen is het in geval van twijfel verstandig in correspondentie vast te leggen welke goederecode in onderling overleg is gekozen. In principe kan er niet vooraf bindend overleg met de douane over de indeling plaatsvinden. Als dat gewenst is kan er een BTI aangevraagd worden. Als de douane tijdens de verificatie van een aangifte ook niet zeker is over de juiste goederencode, zal ze een monster nemen en de goederen door het douanelaboratorium laten tariferen.
Land van Oorsprong / Preferentie / Oorsprongsbescheiden
Invoerrechten zijn een instrument van handelspolitiek. Ze kunnen worden ingezet om de eigen economie te beschermen tegen goedkope import. Door het toekennen van preferenties aan specifieke landen van oorsprong, kunnen echter de leveranciers uit bepaalde landen bevoordeeld worden boven leveranciers uit andere landen. Zo hoeft over de invoer van auto-onderdelen uit Zuid-Afrika geen invoerrecht betaald te worden. Over dezelfde producten uit de USA moet wél invoerrecht betaald worden. Een tariefpreferentie kan er voor zorgen dat er minder of helemaal geen invoerrechten bij de invoer in de EU hoeft te worden betaald.
De oorsprong van een goed moet worden aangetoond door een Oorsprongscertificaat. Dit is een verklaring die door of namens de overheid in een ander land is afgegeven over de oorsprong van een specifieke partij goederen. Zo'n Oorsprongscertificaat is dus geld waard. Enkele Oorsprongsbescheiden zijn:
- Form A: Dit wordt veelal gebruikt door landen zoals China, Japan en veel ontwikkelingslanden.
- Certificaat van Oorsprong: Dit wordt veelal gebruikt voor goederen waarvoor om handelspolitieke redenen de oorsprong moet worden aangeteoond (bijvoorbeeld textiel), maar waarvoor geen preferentie geldt.
- EUR Certificaat. Dit wordt gebruikt door landen zoals Zwitserland, Noorwegen, Israel, Zuid-Afrika, Mexico etc. Bedrijven met een speciale vergunning mogen een EUR-Certificaat vervangen door een verklaring op hun factuur dat de goederen een preferentiële oorsprong hebben.
Oorsprongscertificaten moeten altijd door de douane in het land van oorsprong afgestempeld zijn. De douaneorganisaties van de verschillende landen vertrouwen elkaar onderling dat de certificaten correct zijn afgegeven.
Tarief invoerrechten
Als nu de douanewaarde van de goederen, de goederenindeling en de oorsprong van de goederen bepaald is, kan ook het percentage invoerrechten worden vastgesteld. De meeste invoerrechten worden bepaald als een percentage van de waarde. Dat worden ad valorem invoerrechten genoemd. Er zijn echter ook invoerrechten die per kilo of stuks of vierkante meter bepaald kunnen zijn. Dat worden specifieke invoerrechten genoemd.
Als de invoerrechten dan eindelijk bepaald zijn, zijn er toch nog altijd situaties waarbij de betaling van invoerrechten vermeden kan worden. Lees hierover meer elders in deze Douane Encyclopedie bij de onderwerpen:
Voorbeeld downloaden:
Aansprakelijkheid bij douanezaken
De aansprakelijkheid bij douanezaken is altijd een gevoelig onderwerp. Maco geeft duidelijkheid hoe de zaken liggen.
Directe Vertegenwoordiging
Directe Vertegenwoordiging maakt de aansprakelijkheidsverhoudingen tussen douane-expediteur en opdrachtgever helder.
Maco Customs Connect
Overstappen van uw huidige douane software naar Maco Customs Connect zonder investeringen, vaste kosten of vergunningen. U krijgt maatwerk, een helpdesk en de nieuwste technologie.
Contact
Neem vrijblijvend contact op met Maco en stel uw vraag. Mail naar vragen@maco.nl of bel 0475-425800.
Maco kan al uw douane-aangiftes over de gehele Noordzee verzorgen vanuit Duitsland, Nederland en Antwerpen.
Lees meer
Maco is open en neutraal, levert een snelle service en zorgt samen met u voor de slimste en best passende douane oplossingen!

