Geschiedenis van Maco
Maco bestaat al sinds 1953 en heeft zich ontwikkeld van een regionale douane-expediteur tot een all-round douanedienstverlener voor alle soorten bedrijven in binnen- en buitenland.
Verlegging van BTW bij invoer
Als goederen in Nederland ten invoer worden aangegeven heft de staat dus 19% BTW. Er zijn ook goederen waarover 6% BTW geheven wordt, zoals levensmiddelen en eerste levensbehoeften. In de meeste landen van de EU is het zo dat dan die importeur bij de invoer ook daadwerkelijk BTW moest betalen. Dit heeft grote geldstromen richting de douane tot gevolg. In dezelfde maand dat de invoer heeft plaatsgevonden, mag die importeur de betaalde BTW weer in aftrek brengen op zijn BTW-aangifte. Hij krijgt dan het geld weer terug van de fiscus. Om dit eenvoudiger te maken heeft de Nederlandse BTW-wetgeving in art. 23 het mogelijk gemaakt de BTW te verleggen. Dat wil zeggen de BTW hoeft bij invoer niet betaald te worden. Wel moet de importeur in zijn BTW aangifte het bedrag van de invoer opvoeren en hierover belasting berekenen. Maar twee regels lager mag hij datzelfde bedrag weer in aftrek brengen als voorbelasting, samen met de andere BTW die hij betaald heeft over de goederen die hij in Nederland heeft ingekocht. Dit heet de verleggingregel volgens artikel 23 van de Wet Omzetbelasting. In Nederland hebben bijna alle bedrijven die goederen importeren een dergelijke vergunning. De belastingdienst verstrekt ze op verzoek.
BTW-nummer
De toepassing van de verleggingregel is gekoppeld aan het gebruik van het BTW-nummer van de importeur. Op de aangifte ten invoer moet het BTW-nummer van de importeur worden vermeld. De belastingdienst beschikt dus over alle gegevens betreffende de invoer die een bedrijf doet. Bij een belastingcontrole kunnen dus eenvoudig alle invoer transacties worden gecontroleerd. Het systeem is uitermate efficiënt en werkt heel goed. Voor importeurs en douane-expediteurs heeft dit tot gevolg dat het geldverkeer beperkt blijft en dat iedereen bij de invoeraangifte zich kan richten op belangrijke zaken zoals de juiste bepaling van de douanewaarde, goederencode en preferentie.
Verleggingsregel
Het is merkwaardig dat weinig andere landen buiten Nederland en België een dergelijke verleggingsregel kennen. Dit betekent bij voorbeeld dat in Duitsland er dus wél bij invoer Einfuhrumsatzsteuer betaald moet worden. Omdat de aftrek van de BTW lang niet altijd in dezelfde maand mag plaatsvinden, ontstaat hierdoor een liquiditeitsnadeel voor de importeur en een liquiditeitsvoordeel voor de fiscus. Het kan hierbij om zeer grote bedragen gaan, die in het kader van de financiering van de overheidsfinanciën van groot belang kunnen zijn. Wellicht is het daarom dat het moeilijk is van een systeem zonder verlegging over te stappen naar een systeem mét verlegging van BTW. Vanwege de verlegging van de BTW bij invoer in Nederland, ontstaat er een concurrentievoordeel bij invoer via Nederland (en België) ten opzichte van andere EU-lidstaten. Lees hierover meer in de onderdelen van deze Douane Encyclopedie die gaat over Beperkte Fiscale Vertegenwoordiging.
Bescheiden bij invoeraangifte
Als een douane-expediteur een aangifte ten invoer voor een importeur heeft gemaakt, zal hij de daarbij behorende bescheiden, samen met zijn factuur, opsturen naar zijn opdrachtgever. De bescheiden die hier worden bedoeld zijn: de handelsfactuur, de Beëindigde Verificatie en/of de Toestemming tot Wegvoering en eventuele kopieën van oorsprongsbescheiden e.d. In de praktijk worden veel aangiftes ten invoer aan douane-expediteurs in opdracht gegeven door expediteurs, die weer in opdracht van een importeur handelen. De douane-expediteur zal dan de invoerbescheiden opsturen naar de expediteur, omdat deze de formele opdrachtgever is. Helaas is het in de praktijk vaak zo dat expediteurs niet altijd deze bescheiden doorsturen naar de importeur. Veel importeurs in Nederland beschikken dan ook niet in hun eigen administratie over alle bescheiden die horen bij een aangifte ten invoer of uitvoer.
Controle door belastingdienst douane
Bij een controle van de douane of de belastingdienst kan de importeur echter altijd een beroep doen op de archiefplicht van de douane-expediteur. Deze moet zijn aangiftes 7 jaar bewaren, inclusief alle originele bescheiden. Vaak meldt de douane zich ook bij een douane-expediteur met een lijst van invoeraangiftes die voor een bepaalde importeur zijn gemaakt. Aan de hand van de bescheiden uit het archief kan dan gemakkelijk een controle worden uitgevoerd. Conclusie is dus dat een importeur in principe alle bescheiden behorende bij invoeraangiftes in zijn administratie moet hebben. Maar in de praktijk is dit vaak niet het geval, hetgeen niet erg is omdat deze bescheiden bij de douane-expediteur kunnen worden opgevraagd.
Beperkte Fiscale Vertegenwoordiging
Hoe werkt BFV in de praktijk en aan welke voorwaarden moet worden voldaan om van de voordelen te kunnen profiteren.
Contact
Neem vrijblijvend contact op met Maco en stel uw vraag. Mail naar vragen@maco.nl of bel 0475-425800.
Maco kan al uw douane-aangiftes over de gehele Noordzee verzorgen vanuit Duitsland, Nederland en Antwerpen.
Lees meer
Maco is open en neutraal, levert een snelle service en zorgt samen met u voor de slimste en best passende douane oplossingen!

